Leermiddelen Adviescentrum

- CLU geeft advies en trainingen, doet onderzoek naar leermiddelen

Onderzoek naar de adaptiviteit van digitale leermiddelen: leerlingen maken nauwelijks gebruik van feedback en reflectie

Digitale leermiddelen hebben vooral meerwaarde als er sprake is van adaptiviteit. Dit wil zeggen dat leermiddelen iets doen met de informatie die ze krijgen door de handelingen die de leerling verricht tijdens het werken aan een leertaak. Als een leerling een fout maakt, dient het programma bijvoorbeeld de feedback te geven waarmee de leerling tot het goede antwoord kan komen. Het is daarom belangrijk dat we zicht krijgen op de adaptieve kenmerken die digitale leermiddelen hebben.
In opdracht van Kennisnet heeft het CLU onderzoek gedaan naar het gebruik van adaptieve kenmerken van digitale leermiddelen.

Opzet van het onderzoek

Tijdens het werken aan een leertaak op het gebied van taal zijn veertig leerlingen basis- en voortgezet onderwijs geobserveerd, mede aan de hand van schermfilmpjes. De te maken leertaken kwamen uit vier verschillende digitale programma’s: Ambrasoft, CambiumNed, Citotrainer en Woordenhaai. Tijdens de observaties is gekeken naar de navigatiehandelingen van de leerlingen. Aan de leerlingen was gevraagd bij het nemen van een navigatiebeslissing hardop te denken.
Na afloop zijn afzonderlijk interviews met de leerlingen en de docent gehouden om te achterhalen welke moeilijkheden de leerlingen ondervonden bij het gebruiken van de digitale programma’s.
Naast het gebruik van de adaptieve kenmerken hebben we ook gekeken of daarbij verschillen waren tussen leerlingen die de leertaak succesvol afrondden en leerlingen bij wie dat niet lukte.

Drie adaptieve kenmerken

Het onderzoek spitste zich toe op drie adaptieve kenmerken:

  • de wijze waarop de leerlingen gebruik maakten van de mogelijkheden tot feedback die de programma’s boden
  • de wijze waarop de leerlingen gebruik maakten van de mogelijkheden tot reflectie die de programma’s boden
  • de controlemogelijkheden voor leerkracht en leerling die de programma’s boden

Belangrijkste kerninzichten

Het onderzoek had een exploratief karakter en was gericht op het genereren van hypothesen. De belangrijkste kerninzichten die we hebben verkregen zijn:

  • de door ons onderzochte digitale leermiddelen bevatten weliswaar mogelijkheden tot adaptatie maar zijn nauwelijks adaptief te noemen;
  • de adaptieve kenmerken en mogelijkheden die de programma’s wel bieden worden door leerlingen inefficiënt gebruikt;
  • niet-succesvolle leerlingen vertonen grilliger navigatiepatronen dan succesvolle leerlingen.

Leerlingen lezen de feedback niet: “Joepie, goed, volgende!”

Veel leerlingen blijken de feedback die door de programma’s geboden wordt niet te lezen, laat staan te gebruiken bij het vervolgen van de leertaak. Leerlingen blijken sterk gefocust te zijn op het resultaat van hun antwoord. Daarbij lijkt feedback waarbij alleen maar aangegeven wordt of een antwoord goed of fout is gokgedrag in de hand te werken. Leerlingen geven aan meer behoefte te hebben aan feedback die aangeeft waarom ze een antwoord goed of fout hadden. Het programma moet ze dan wel expliciet aanzetten tot het lezen van de feedback en dit controleren. Dat geldt sterker voor leerlingen die het niet lukte de leertaak succesvol af te ronden.

Leerlingen laten zich niet aanzetten tot reflectie

Als de programma’s al reflectiemogelijkheden bieden, worden deze nauwelijks gebruikt door de leerlingen. Het gebrek aan controle hierop lijkt een belangrijke reden te zijn. Ook hier geldt dat dit sterker geldt voor leerlingen die het niet gelukt was om de leertaak succesvol af te ronden.

Program control, learner control en shared control

Wie of wat oefent de meeste invloed uit? Het programma, de leerling en/of de leerkracht of een combinatie van programma en leerling/leerkracht? En wat is het meest effectief voor de leerprestaties van de leerling?
Er zijn aanwijzingen dat voor leerlingen die de leertaak niet succesvol hebben afgerond, het accent het best kan liggen op een sterke controle door het programma. Voor leerlingen die de leertaak succesvol afrondden is het beter om het accent op shared control te leggen. Voor beide groepen werkt het motivatieverhogend om een bepaalde mate van learner control te hebben. Ze zullen daardoor langer met de leertaak bezig willen zijn.

Het volledige rapport en is hier hier te vinden.