Leermiddelen Adviescentrum

- CLU geeft advies en trainingen, doet onderzoek naar leermiddelen

Succesvolle leerlingen hebben iets anders nodig dan niet-succesvolle leerlingen

In het kader van gepersonaliseerd leren wordt er veel gesproken over adaptieve leermiddelen. In de vorige Alert bespraken we het onderzoek met als titel Adaptiviteit van Digitale Leermiddelen, waarin naar voren komt dat de door ons onderzochte digitale leermiddelen weliswaar mogelijkheden tot adaptatie (leerlingen kunnen enkele keuzes maken) hebben maar nauwelijks echt adaptief (het programma doet iets met de input van de leerlingen) te noemen zijn.

Ook komt in dit onderzoek naar voren dat succesvolle leerlingen een andere vorm van adaptiviteit en een andere mate van controle nodig hebben. Centrale vraag voor ons is welke consequenties dit heeft voor het ontwerpen van digitale leermiddelen. In het volgende werken we dit uit.
Eerst bespreken we wanneer we een digitaal leermiddel/programma adaptief noemen. Vervolgens bespreken we de mate van controle. Dan laten we zien hoe bepaald kan worden of een leermiddel adaptief is en van welke controlevorm(en) sprake is. Tot slot is te zien wat dit betekent voor succesvolle en niet-succesvolle leerlingen.

Een digitaal leermiddel/programma is adaptief als het aan twee eisen voldoet:

  • Er is een toetsing voorafgaand en/of tijdens het maken van de leertaak en het programma verzamelt daarbij informatie over de leerling.
  • Voorafgaand en tijdens het maken van de leertaak doet het programma iets met deze informatie en het programma stuurt de leerling naar (onderdelen van) de leertaak waarmee het leerdoel bereikt kan worden. Het programma kan daarbij suggesties geven over bijvoorbeeld welke hulpmiddelen het best ingezet kunnen worden en in welke volgorde de opdrachten gemaakt kunnen worden.

Dit is de conclusie die we trokken naar aanleiding van het onderzoek naar adaptiviteit van digitale leermiddelen.

Mogelijke controlevormen

Er zijn drie controlevormen te onderscheiden:

  • Learner control: de leerling kiest, al of niet met tussenkomst van de leerkracht, wat hij/zij gaat doen.
  • Program control: het programma stuurt de leerling door aan de hand van de input van de leerling.
  • Shared control: de leerling kan keuzes maken uit wat het programma voorstelt op basis van de input van de leerling.

De vormen van controle kunnen betrekking hebben op het niveau van de leertaak als geheel en ook op het niveau binnen de leertaak.

Adaptiviteit en mate van controle bepalen met behulp van een stroomschema

Om te bepalen of het leermiddel/programma al dan niet adaptief is en welke mate van controle het heeft, kan het volgende stroomschema doorlopen worden (zie schema 1 ).


Schema 1: Mate van adaptiviteit en vorm van controle

Allereerst maken we een onderscheid in twee niveaus: het niveau van de leertaak zelf en het niveau binnen de leertaak. Op het niveau van de leertaak zelf heeft de mate van adaptiviteit te maken met het type leertaak en het bijbehorende leerdoel en niveau. Als het om het niveau binnen de leertaak gaat, heeft de mate van adaptiviteit vooral te maken met het kunnen aanpassen van de volgorde van de opdrachten, de mogelijkheden om hulp in te roepen en soms ook het instellen van spelelementen.

Op het niveau van de leertaak zelf
Als een leermiddel/programma een voortoets heeft en een leerling kan vervolgens zelf kiezen, dan is er sprake van adaptiviteit. Daarbij kan er sprake zijn van learner control of shared control. Kan de leerling niet kiezen en stuurt het programma door, dan is er sprake van adaptiviteit en program control.
Is er geen voortoets dan is er ook geen sprake van adaptiviteit. Als de leerling zelf kan kiezen wat hij/zij gaat doen, dan is er sprake van learner control. Als het programma de leerling stuurt, is er sprake van program control. In schema 2 is een voorbeeld van een digitaal programma te zien waarbij sprake is van een voortoets en dat het programma kiest wat de leerling moet gaan doen. Het programma is daarom adaptief en er is sprake van program control.


Schema 2: Voorbeeld van de mate van adaptiviteit en vorm van controle

Op het niveau binnen de leertaak
Ook op het niveau binnen de leertaak kan bepaald worden in welke mate er sprake is van adaptiviteit en van welke vorm van controle er sprake is. In schema 2 is te zien dat het programma geen suggesties geeft voor wat betreft de volgorde waarin de oefeningen gemaakt kunnen worden. Het is daarom niet adaptief. De leerling kan wel zelf kiezen in welke volgorde de oefeningen gemaakt worden en daarom is er sprake van learner control.

Met behulp van de stroomschema’s kan dus de mate van adaptiviteit bepaald worden en de vorm van controle. Hiermee hopen we gebruikers van digitale leermiddelen een handvat te geven om te bepalen of en in welke mate er sprake is van adaptiviteit en welke vormen van controle in het programma voorkomen. In het onderzoeksverslag zijn verschillende voorbeelden van deze schema’s te zien.

Verschil in wat succesvolle leerlingen en niet-succesvolle leerlingen nodig hebben.

Uit het onderzoek zijn consequenties naar voren gekomen met betrekking tot het ontwerpen van digitale leermiddelen. Daarbij is een onderscheid te maken in succesvolle leerlingen en niet-succesvolle leerlingen. In het volgende gaan we daar dieper op in.

Voortoets is essentieel
Voor alle leerlingen geldt dat het belangrijk is dat een voortoets gemaakt wordt. Op basis van die voortoets kunnen de wat meer succesvolle leerlingen zelf (eventueel in overleg met hun docent) bepalen met welke leertaak ze aan de slag gaan. Wat de minder succesvolle leerlingen betreft, moet het programma bepalen hoe de leerlingen verder moeten.

Het geven van suggesties door het programma
Op het niveau van de oefeningen kan een programma op verschillende belangrijke kenmerken van een oefening adapteren: de volgorde, de content, de moeilijkheidsgraad of complexiteit (vgl. de niveaus van Bloom), en/of de leerstijl van de leerling (vgl. leerstijlen van Vermunt, Kolb of Gardner). Voorwaarde voor adaptiviteit is dat het programma op basis van de antwoorden die leerlingen op de oefeningen geven, informatie verzamelt, waardoor het programma op een of meer van die kenmerken kan adapteren.

Meer program control bij niet-succesvolle leerlingen
Bij de wat meer succesvolle leerlingen kunnen de keuzemogelijkheden met behulp van door het programma gegeven suggesties, wat meer aan de leerlingen overgelaten worden, eventueel in overleg met de docent (learner control). Bij de niet-succesvolle leerlingen moet het vooral het programma zijn dat die keuzes voor de leerling maakt (program control).

In de volgende stroomschema’s is dit uitgewerkt voor succesvolle leerlingen (zie schema 3) en niet-succesvolle leerlingen (zie schema 4). Voor de succesvolle leerlingen ligt het accent op shared control (donkergroen) en is er daarnaast sprake van program control (lichtgroen). Voor niet- succesvolle leerlingen ligt het accent op program control (donker oranje) en is er daarnaast sprake van shared control (licht oranje).


Schema 3: Voor succesvolle leerlingen ligt het accent op learner/shared control en er kan ook wat program control voorkomen


Schema 4: Voor niet-succesvolle leerlingen ligt het accent op program control en er kan ook wat shared control voorkomen

We hopen dat de schema’s u kunnen helpen bij het bepalen hoe adaptief de leermiddelen/programma’s zijn die u gebruikt en welke vormen van controle er overwegend in voorkomen. Daarnaast hopen we dat u meer zicht heeft gekregen welke leermiddelen/programma’s geschikt zijn voor succesvolle en niet-succesvolle leerlingen.