Leermiddelen Adviescentrum

- CLU geeft advies en trainingen, doet onderzoek naar leermiddelen

Leermiddelen maken? Stel uw eigen leerprogramma samen!

gepersonaliseerd leerprogramma

Leermiddelen maken is een complexe vaardigheid. We merken dat leraren, opleiders, en educatieve auteurs daarbij graag goed ondersteund willen worden. Maar niet vanuit algemene programma’s, die van a tot z vaststaan, maar toegespitst op eigen vragen en vanuit de eigen praktijk. Geen open trainingen meer dus, maar meer incompany werken, met collega’s of zelfstandig.

Heeft u ook behoefte aan een training op maat? CLU inventariseerde de afgelopen jaren verschillende leervragen waar mensen die leermiddelen ontwikkelen mee te maken hebben. Met deze lijst leervragen kunt u gericht kijken welke vragen op dit moment voor u belangrijk zijn.

Op grond van uw keuzevragen stellen we graag samen met u een leerprogramma op. Een of meerdere vragen combineren we dan tot samenhangende modules met opdrachten, voorbeelden en theorie, gebaseerd op wetenschappelijke kennis en inzichten.

We hebben de leervragen verdeeld in drie thema’s:

1. Leren van leerstof (content)

Leren zonder leerstof is als voetballen zonder bal. Je leert immers altijd ‘iets’. Concreet of abstract. Maar wat is leren eigenlijk? En hoe leren mensen, kinderen, jongeren, volwassenen, ouderen? Hoe ontwerp je dan lesmateriaal, zijn daar ontwerpprincipes voor? Hoe bepaal je welke leerstof je opneemt en gaat ontwikkelen? Hoe zorg je voor samenhang? En hoe kan leerstof het leerproces het best ondersteunen? Allemaal leervragen waarvoor we diverse modules hebben ontwikkeld.

2. Leerstof verwerken tot kennis (didactiek)

Om effectief te kunnen leren moet er wel wat gebeuren met die leerstof: de lerende moet die verwerken. Hoe zorg je voor een effectief leerproces? Voor concrete leerdoelen? Welke werkvormen moet je gebruiken? Hoe bouw je de opdrachten en de werkvormen op in moeilijkheidsgraad? Hoe breng je variatie en differentiatie aan in de opdrachten? Met deze didactische vragen helpen we graag verder.

3. Effect van tekst, beeld en layout (presentatie)

Alle ontwerpkeuzes die hierboven gemaakt zijn, moeten worden vertaald in tekst en beeld. Hoe zorg je voor een gestructureerde en leesbare tekst? Wanneer kies je voor tekst op papier of op scherm? Welke beelden dragen bij aan het leerproces? Hoe voorkom je overbelasting van de hersenen? Kan je met de vormgeving de aandacht richten en sturen?

Stel uw leerprogramma samen

Wilt u uw eigen programma samenstellen uit de leervragen. U kunt daarvoor onderstaand overzichtschema gebruiken. Op grond van uw leervragen stellen we graag een passend leerprogramma samen. De programma’s zijn bedoeld als incompany training, maar als u zelf, individueel, een training wilt volgen, kijken we graag naar mogelijkheden om te combineren. Mail dus bij interesse: h.wilkens@clu.nl.

 

Leervraag Onderwerpen
Leren van leerstof (content)
1. Wat is leren? – Hoe mensen leren
– Van informatie vergaren naar kennis ontwikkelen
2. Hoe ontwerp je lesmateriaal? – Welk ontwerpmodel hanteer je
– Fasen in een ontwerpproces
3. Welke ontwerpprincipes gebruik je? – Hoe mensen leren en de consequenties daarvan
– Ontwerpprincipes hanteren
– Het belang van een goede lay-out
4. Hoe bepaal je de leerstof? – Welke leerstof is relevant
– Aansluiten bij eindtermen, leerdoelen
5. Hoe zorg je voor samenhang? – Het belang van een goede ordening
– Verschillende ordeningsstructuren hanteren
6. Hoe verpak je de leerstof? – Leerstof ‘verpakken’
– Goede teksten, filmpjes en illustraties (modaliteiten) kiezen
– Effectieve combinaties van modaliteiten
Leerstof verwerken tot kennis (didactiek)
7. Hoe zorg je voor een effectief leerproces? – Duidelijke leerdoelen formuleren
– Het belang van voorkennis activeren
– Effectieve feedback geven
8. Hoe zorg je voor concrete leerdoelen? (verdieping) – Het belang van de taxonomie van Bloom
– De taxonomie van Bloom hanteren
– Leerdoelen en context
9. Hoe bouw je leerdoelen op in moeilijkheidsgraad? (verdieping) – Leerdoelen voor lagere cognitieve vaardigheden
– Leerdoelen voor hogere cognitieve vaardigheden
10. Welke werkvormen kun je gebruiken? – Informatieverwerking en de rol van werkvormen
– Activerende didactische werkvormen
11. Welke werkvormen bij welk niveau van Bloom? – Werkvormen passend bij lagere cognitieve vaardigheden
– Werkvormen passend bij hogere cognitieve vaardigheden
12. Hoe breng je variatie aan in opdrachten? – Verschillen tussen lerenden
– Rekening houden met verschillende leervoorkeuren
13. Hoe breng je variatie aan in opdrachten? (verdieping)? – Wat is differentiëren
– Differentiëren in instructie en begeleiding
– Differentiëren in opdrachten
Effect van tekst, beeld en layout (presentatie)
14. Hoe zorg je voor een gestructureerde en leesbare tekst? – Het belang van een goede presentatie van de tekst
– Leesbare teksten zijn begrijpelijke teksten
– Het belang van voeg- en verwijswoorden
15. Hoe schrijf je teksten voor het scherm? (verdieping) – Teksten voor het scherm: wat is daar anders aan?
– Ontwerpprincipes voor het scherm
16. Welke beelden dragen bij aan het leerproces? – Welke beelden gebruik je wanneer
– Aansluiten bij de lerende
17. Hoe voorkom je overbelasting van het werkgeheugen? (verdieping) – Een lay-out: behulpzaam of juist belemmerend
– Ontwerpprincipes en het voorkomen van overbelasting
18. Hoe bepaal je de educatieve functie van beeldmateriaal? (verdieping) – Welke illustraties wanneer
– Beelden passende bij de leerdoelen
– Educatieve filmpjes: welke wel en welke niet
19. Hoe kun je beeldmateriaal creatief gebruiken? (verdieping) – Gebruik beeldmateriaal
– Associaties
– Rechtenvrij beeldmateriaal