Beoordeel met de MILK-light zelf de kwaliteit van leermaterialen

Met deze lijst criteria kun je als leraar snel een globaal beeld krijgen van de kwaliteit van een leermiddel. De lijst is een selectie van de criteria van onze MILK: een wetenschappelijk onderbouwd instrument om de kwaliteit van leermateriaal mee te beoordelen. Een uitgebreide toelichting vind je hier.

Kwaliteit van de leerstof

  1. Selectie

    1. De leerstof sluit aan bij eerder behandelde leerstof.
    2. De leerstof prikkelt de nieuwsgierigheid van de leerlingen.
    3. De leerstof representeert de leefwereld van de leerling.
    4. De leerstof is relevant voor het bereiken van de (geformuleerde) leerdoelen.
    5. De leerstof wordt binnen een leerjaar geregeld herhaald.
  2. Ordening

    1. De opbouw van de leerstof weerspiegelt de opbouw van de leerlijnen.
    2. De leerstof kent een duidelijke samenhang.
    3. De leerstof kent een sterke ordeningsstructuur (driehoek of spinnenweb).
  3. Modaliteiten

    1. Geschreven teksten zijn ondersteund door beelden.
    2. Bij het presenteren van de leerstof wordt een beroep gedaan op verschillende zintuigen.
    3. Alle gebruikte beelden zijn functioneel (overbodige beelden zijn vermeden).
    4. Geschreven tekst en bijbehorend beeld staan zo dicht mogelijk bij elkaar.
    5. Er is gebruik gemaakt van zowel concrete/natuurgetrouwe als abstracte/grafische representaties.

Kwaliteit van de didactiek

  1. Didactische strategieën

    1. Een nieuw hoofdstuk/thema start met een opdracht om bestaande voorkennis op te halen.
    2. Aan het begin van de les zijn de leerdoelen aangegeven.
    3. Oefeningen worden herhaald aangeboden.
    4. Oefeningen worden gevarieerd aangeboden.
    5. Er zijn mogelijkheden om de opgedane kennis te testen.
    6. De leerling kan zelf de volgorde van de leertaken/opdrachten kiezen.
    7. Het programma past op basis van input waar nodig de instructie aan.
    8. In het progamma wordt in de feedback aangegeven waarom de antwoorden goed of fout zijn.
    9. Er is afwisseling in stap-voor-stap-aanpakken en experimenteeraanpakken (j/m).
  2. Werkvormen en opdrachten

    1. De opdrachten sluiten aan bij de leerdoelen.
    2. Bij de opbouw van de opdrachten is het hoogst mogelijke cognitieve niveau (van b.v. Bloom) nagestreefd.
    3. Er is een duidelijke relatie tussen de opdrachten en de leertekst.
    4. Er is expliciet rekening gehouden met verschillende leervoorkeuren.
  3. Metacognitie

    1. De leerling wordt aangezet tot nadenken over de leerdoelen.
    2. Het is de leerling duidelijk welke beoordelingscriteria gebruikt worden.
    3. Er zijn tools om de leerling tijdens het leerproces te ondersteunen.
    4. De leerling kan naar eigen behoefte zijn/haar eigen opdrachten kiezen.
    5. De leerstof is uitdagend, rekening houdend met het cognitief ontwikkelingsniveau.

Kwaliteit van design en presentatie

  1. Leesbaarheid van leerteksten

    1. Woordbetekenissen worden expliciet uitgelegd.
    2. Onbekende woorden moeten actief worden verwerkt door de leerling.
    3. De zinsstructuur is begrijpelijk.
    4. Er is in de leerteksten gebruik gemaakt van verbindingswoorden.
    5. Hoofdideeën uit voorgaande zinnen worden herhaald.
    6. Relaties tussen tekstonderdelen zijn expliciet gemaakt.
  2. Beelden

    1. Er is functioneel gebruik gemaakt van representerende illustraties.
    2. Er is functioneel gebruik gemaakt van organiserende illustraties.
    3. Er is functioneel gebruik gemaakt van interpreterende illustraties.
    4. Decoratieve illustraties trekken alleen de aandacht voor nieuwe leerstof.
    5. De illustraties zijn voorzien van functionele bijschriften.
  3. Vormgeving

    1. De vormgeving is rustig en overzichtelijk.
    2. Er is contrast tussen de tekstkleur en de achtergrondkleur.
    3. Het gebruik van kleuren, symbolen en icoontjes is functioneel.
    4. De bladspiegel geeft een overzichtelijke indruk.
    5. Markeringen zijn functioneel.
    6. Kopjes en margewoorden structureren de tekst.

Eerste conclusie

Hoe scoort het leermateriaal op de negen categorieën? Zijn er categorieën die opvallend zwak scoren of juist sterk? Formuleer hier je globale conclusie.